Vancomycine

Monstermateriaal: 5 ml stolbloed; bepaling in serum (200 µl serum nodig)
Afnametijdstip dalspiegel: vlak voor een nieuwe gift
Afnametijdstip Topspiegel: 1 uur na het einde van de toedieningsduur
Interpretatie: Dalspiegel 8 – 15 mg/l
Dialysepatiënten: dalspiegel minimaal 12 mg/l

Deze richtlijn gaat uit van behandeling met een startdosering afhankelijk van de nierfunctie:

Volwassenen:       
normale nierfunctie (> 80 ml/min)      2 dd 1000 mg
matig gestoorde nierfunctie (50-80 ml/min)      1-2dd 1000 mg
ernstig gestoorde nierfunctie (10-50 ml/min)      1e gift 1000 mg, daarna o.g.v. spiegel(s)
terminale nierfunctie (< 10 ml/min)      1e gift 1000 mg, daarna o.g.v. spiegel(s)
hemodialyse      500 mg na elke hemodialyse (onderhoud)
hemodiafiltratie      2x per week 1000 mg (bij gewicht >50 kg)

N.B. Bij patienten met een lichaamsgewicht >120 kg contact opnemen met een ziekenhuisapotheker voor een doseringsadvies.


Voor de controle van bloedspiegels geldt de volgende indeling:

Therapie korter dan 3 dagen en een normale nierfunctie 
Geen spiegelcontrole.

Therapie langer dan 3 dagen en een normale nierfunctie (> 80 ml/min)
Alleen een dalspiegel laten bepalen 48 uur na de start.
Vervolgens 1 x per week een dalspiegel laten bepalen bij gelijkblijvende nierfunctie en zolang de therapie in dezelfde dosering wordt voortgezet.

Interventies:

  • dalspiegel > 15 mg/l:dagdosering én frequentie halveren
  • dalspiegel 8 - 15 mg/l:dosering handhaven en dalspiegel herhalen na 1 week.
  • dalspiegel < 8 mg/l:dosering met 50% verhogen en dalspiegel herhalen na 3 dagen.

Therapie bij gestoorde nierfunctie (kreatinineklaring < 80 ml/min) of tijdens niervervangende therapie

  • Een dalspiegel laten bepalen na de 1e gift. Op aanvraag vermelden: NIERFUNCTIESTOORNIS.
  • Doserings- en bepalingsbeleid vervolgens op basis van de uitslag.
  • Bij probleempatiënten overleggen met een ziekenhuisapotheker over een optimaal schema voor spiegelcontrole.

Spiegelbeleid bij volwassen dialysepatiënten

  • Hemodialyse en hemodiafiltratie: wekelijks de spiegel vóór dialyse controleren.
  • Intraperitoneaaldialyse (continue toediening via de spoelzak): geen spiegelcontrole.

Korte achtergrond: 
voor vancomycine geldt dat uitgegaan wordt van een minimale concentratie wordt aangehouden waarboven sprake is van een voldoende antibacterieel effect (MIC/MBC). Een minimale waarde van 8 mg/l gemeten in serum is hiervoor een veilige grenswaarde. Er is geen sprake van een postantibiotisch effect. Er is tot op heden geen duidelijke relatie bekend tussen de vancomycineconcentratie en het klinische behandelingsresultaat. Bij langdurig hoge spiegels lijkt er een verhoogde kans op het ontwikkelen van nierfunctiestoornis, vooral in combinatie met aminoglycoside antibiotica (gentamicine, tobramycine etc.). Het controleren van spiegels van vancomycine is dus vooral bedoeld voor het waarborgen van voldoende effectieve therapie, zonder onnodig hoge waarden te bereiken. Bij normale doseringen en goede dalspiegels is de kans op toxiciteit door hoge topspiegels gering, waardoor er slechts zelden reden is tot het controleren van topspiegels.

 

Hyponatriëmie: adequate behandeling op geleide van te berekenen uitkomsten G. Vervoort en J.F.M. Wetzels. Ned Tijdschr Geneeskd. 2006...
 
Metabole acidose Approach to the patient with metabolic acidosis   ...
 
Hyperkaliemie Behandeling van hyperkaliemie Effect, werkingsmechanisme en ...
 
Hypokaliemie Approch to the patient with hypokalemia - (Neph Sap 2007) - ...
 
Acid-Base Physiology Acid-Base Physiology  Review by the "American Thoracic Soc...