Blaasbloeding
Inleiding:
Een bloeding in de blaas heeft, als
alle urologische bloedingen, het nadeel dat de "wond" zich in een nat
milieu bevindt, waardoor de bloeding minder snel tot staan komt. Daarnaast kan
obstructie met pyelum/ureterstuwing en/of blaasretentie ontstaan door stolsels.
Anamnese:
Nog geplast? Aspect? (helder rood
nog actieve bloeding). Predisponerende factoren (radiotherapie,
urineweginfecties, blaastumoren, stollingsstoornissen, anti-coagulantia,
cyclofosfamide)? Pijn in de blaasstreek? Bij plassen? (Pijn past bij steen,
corpus alienum, ontsteking). Urologische ingrepen/behandelingen?
Lichamelijk onderzoek:
Blaasdemping? Pijnlijke nierloges?
Prostaat pijnlijk?
Verder onderzoek:
Echografie van nieren en blaas:
dilatatie pyela/ureters? stolsels in blaas? urineretentie?
Beleid/therapie:
- Bij urineretentie/niet kunnen plassen: katheter (Ch 16) inbrengen; geen
transurethrale katheter bij acute prostatitis. Katheterurine helder: bloeding
infravesicaal, katheterurine bloederig: zie volgende punt.
- Bloederige katheterurine: drieweg spoelkatheter inbrengen (via uroloog).
Eerst met de hand spoelen, zodra helder met continue spoeling doorgaan.
- Forse blaasbloeding niet reagerend op continu spoelen: cystoscopie onder
narcose (door uroloog).
- In principe veel drinken en/of ruim infuus.
- Iedere macrohematurie: consult urologie op termijn.
referenties
Sutton JM. Evaluation of hematuria
in adults. JAMA 1990;263:2475.
Paola AS. Hematuria: essentials of
diagnosis. Hosp Pract 1990;15:147.
index bloedingen