 |
|
 |
Bloeding bij antistolling
Anamnese:
- Overdosering: doseringsfout, intercurrente ziekte, interactie met ander
geneesmiddel (o.a. analgetica/antiflogistica, anticonvulsiva, antibiotica).
- Co-morbiditeit: DIC, ITP, etc.
- Locus minoris resistentiae (trauma, ulcuslijden, vaatanomalieën etc.).
Lichamelijk onderzoek:
Vitale parameters.
Laboratoriumonderzoek:
APTT, PTT of (bij gebruik orale
antistolling) INR, Hb en thrombocyten (op indicatie stollingsfactoren en
bloedingstijd). Cave andere stollingsstoornissen dan t.g.v. antistolling.
Verder onderzoek:
Op indicatie (eventueel echo bij
diepe hematomen; CT-cerebrum).
Beleid/therapie:
A. Algemeen
Bij doorgeschoten antistollingstherapie is het meestal voldoende de toediening korte tijd te
staken en bij hervatten van de therapie dosis van de antistolling te
verminderen. Bij een niet-bloedende patiënt met alléén verlengde
stollingstijden is er geen plaats voor andere interventies.
B. Coumarinederivaten
- Indien absolute indicatie voor antistolling (b.v. kunsthartklep (met
name mitralis/tricuspidalis positie) + boezem-fibrilleren, of recente veneuze
thrombo-embolie) bestaat, streven naar INR van ca 1.5;
- antistolling staken
- vitamine K (b.v. 5 mg) oraal of 2 mg i.v. (langzaam; evt. overgevoeligheidsreactie)
- Bij andere indicaties: volledig couperen
- 10 mg vitamine K per os of i.v. (langzaam i.v., cave overgevoeligheidsreactie)
- vitamine K gedurende enige dagen continueren (m.n. bij Marcoumar®)
- 1000-2000E PPSB (Cofact®, 4 factoren concentraat, bevat factor II, VII, IX en X), evt. dosis op geleide INR
en gewicht patient
- Indien een absolute indicatie voor antistolling bestaat en patiënt
dient te worden geopereerd:
- volledig couperen van antistolling
- start heparine i.v. in therapeutische dosering
- ca. 2-3 uur pre-operatief heparine stoppen
- postoperatief heparine hervatten in overleg met chirurg
- Let op: de werking van het coumarinederivaat kan langer
aanhouden dan het effect veroorzaakt door de interventie ter coupering.
Acenocoumarol (Sintrom mitis®): werking eindigt ca. 48 uur na
laatste dosis. T½ : 8-12 uur. Fenprocoumon (Marcoumar®) : werking
eindigt 1-2 weken na laatste dosis. T½: 160 uur. Cave rebound effect na
couperen. Blijf de PTT/INR bij Sintrom mitis®-gebruik 4 dagen en bij
Marcoumar® 2 weken controleren.
- Let op: vitamine K oraal: effectief na 4-8 uur, max.
effect na 24-48 uur. Bij i.v. toediening: effect slechts 1-2 uur eerder. Geef
niet te veel vitamine K als antistolling toch gewenst blijft.
C. Heparine
- Ongefractioneerde (standaard) heparine in therapeutische dosering heeft een
T1/2 van circa 90 minuten. Subcutaan gegeven laag moleculair gewichtsheparine
in therapeutische dosering heeft een veel langer T1/2 (6-8 uur).
- Snellere coupering kan met protamine: 10 mg protamine (10 mg/ml) coupeert
ongeveer 1000 E heparine. Als regel heparine gegeven in de laatste 2 uur
couperen. Toediening: intraveneus, zeer langzaam spuiten (cave: allergische
reactie). Maximale dosis 50 mg. Controle d.m.v. APTT-bepaling (normaliseert).
- Ook laag moleculair gewichtsheparine (b.v. Fraxiparine®) kan
grotendeels worden gecoupeerd met protamine (b.v. 25 mg bij een therapeutische
dosering).
D. Zo nodig bloedtransfusie en/of lokale therapie bloeding.
referenties
Frewin R, et al. Haematological emergencies. BMJ 1997;314:1333.
Hirsh J, et al. Heparin and low molecular weight heparin. Chest 1998;114:489S.
Levine MN, et al. Hemorrhagic complications if anticoagulant treatment. Chest 1998;114:511S.
index bloedingen
|  |