 |
|
 |
Ventriculaire ritmestoornissen (VT)
Ventriculaire tachycardie (VT):
Algemeen:
Regulaire tachycardie met
brede complexen (DD supraventriculaire tachycardie met aberrantie of
preëxcitatie, zie verder). Vaak collapsneiging.
Lichamelijk onderzoek:
Cannonwaves in V. jugularis, wisselende RR, wisselend
luide 1e toon, geeft effect carotismassage.
Laboratoriumonderzoek:
K, Mg, Ca, evt. medicijnspiegels.
Verder onderzoek:
Bekijk oude ECG's vóór VT, QT-tijd normaal?
Beleid/therapie
- Bij verdenking snel overleg/consult cardioloog, zeker bij
hemodynamische instabiliteit.
- Stomp op borst en/of hoesten, verdere therapie op CCU.
- Indien spoed-cardioversie geïndiceerd: eerst met laag vermogen
proberen (10-20-50 Ws) om VT te bewijzen
Let op:
ECG-kenmerken die voor VT pleiten:
-
AV-dissociatie.
- Fusion beats of captured beats.
- QRS > 140 msec (zonder anti-arrhythmische
medicatie).
- Naar links gedraaide hartas, R/S
< 1 in afleiding II.
- Afwezigheid van
RS-patroon in alle precordiale afleidingen.
-
Begin R tot diepste punt S > 100 msec in één van
precordiale afleidingen (zonder anti-arrhythmische medicatie)..
- In geval van RBTB-configuratie: r of qr in V1
(met r groter dan tijdens sinusritme) q of Q in V6.
- In geval van LBTB-configuratie: rs-patroon in V1
(met r groter dan tijdens sinusritme), q of Q in V6.
-
Breed complex tachycardie (regulair) bij patiënt met bekend
coronarialijden: 90% kans op VT.
Ventrikelflutter/ventrikelfibrilleren:
- Reanimatie
- Bij ventrikelfibrilleren asynchrone defibrillatie met eerste keer
200 Ws, daarna 360 Ws, bij ventrikelflutter synchrone defibrillatie
met 100 Ws (na zo nodig i.v. sedatie).
referenties: Ganz LI, et al. Supraventricular tachycardia. N
Engl J Med 1995;332:162.
Shenasa M, et al. Ventricular tachycardia. Lancet 1993;341:1512.
Narayan SM, et al. Atrial fibrillation. Lancet
1997;350:943.
Mangrum JM, et al. The evaluation and management of
bradycardia. N Engl J Med 2000;342:703. Brugada P, et al. Wide QRS
tachycardia. Circulation 1991;83:1649-59.
index cardiologie
|  |