Cardiogene shock
Differentiële diagnose:
- Ischemie/infarct.
- Papillairspier-/ventrikelseptumruptuur.
- Obstructie (dislocatie kunstklep).
- Ritmestoornis
- Cardiomyopathie
- Pericarditis
Lichamelijk onderzoek:
Zie shock algemeen, let bij auscultatie op ruptuur ventrikelseptum of papillairspier.
Verder onderzoek:
- ECG indien nog niet gedaan (cave: re.ventrikel infarct: ECG naar rechts uitpolen)
- Overleg/consult cardioloog.
Beleid/therapie:
- Regel opname CCU (of IC bij respiratoire insufficiëntie) in overleg met de cardioloog.
- Indien geen belangrijke longstuwing, geef volumebelasting, b.v. 250 cc plasma vervangmiddel.
- Start dopamine 5 μg/kg/min, verhoog in 15-30 minuten tot 20 μg/kg/min
onder ritmebewaking (afterload verhogen om bloeddruk te verhogen).
- Daarna toevoegen dobutamine (zelfde dosis) om de cardiac output te vergroten.
- Als de bloeddruk laag blijft ondanks dopamine kan noradrenaline worden
toegevoegd (2-10 μg/min) als vasopressor.
- Overweeg eventueel intra-aortale ballonpomp (op CCU/IC, zonodig in
overleg met centrum ziekenhuis).
- Geen nitraten of andere vaatverwijders.
- Bij ischemie/infarct overweeg spoed-PTCA.of thrombolyse
- Bij verdenking ruptuur of obstructie maak echo, overweeg
spoedchirurgie.
referenties:
Califf RM, et al. Cardiogenic shock. N Engl J Med 1994;330:1724.
Hollenberg SM, et al. Cardiogenic shock. Ann Int Med 1999;131:47.
index cardiologie