Reanimatie
Shock
Acute Dyspnoe
Bewustzijndaling
Acute pijn op de borst
Acute buikpijn
Cardiologie
Vasculaire calamiteiten
Bloedingen
Longziekten
Gastroenterologie
Hematologie
Endocrinologie
Nefrologie
Electrolystoornissen
Zuurbase-stoornissen
Intoxicaties
Bacteriele infecties
Tropengeneeskunde
AIDS
Neurologie
Diversen

Anafylactische reacties

Anamnese:

  • Binnen zeer korte tijd ontstane verschijnselen van verstopte neus, hoesten, kortademigheid, misselijkheid, braken, buikkrampen, diarree. Soms treden neurologische stoornissen op: paraesthesieën, convulsies, coma.
  • Uitlokkend moment: voeding (b.v. vis, schelpdieren), noten, insectenbeet, medicatie, i.v. röntgencontrast, toediening van plasma/bloedproducten (N.B. cave bij IgA deficiëntie), preëxistente allergie (b.v. pollen).

Lichamelijk onderzoek:

Huidafwijkingen: erytheem, gegeneraliseerd urticaria, angio-oedeem, conjunctivale injectie. Bij ernstige hypotensie kan bleekheid en cyanose optreden. De extreme vasodilatatie leidt tot hypotensie (systolische RR < 90-95 mmHg) en tachycardie. De capillaire permeabiliteit kan sterk zijn toegenomen, hetgeen verder leidt tot intravas­culaire ondervulling. Tachypnoe. Bij onderzoek van de longen let op inspiratoire stridor en bronchospasme.

Laboratoriumonderzoek:

Bloedgasanalyse, Na, K, creatinine, Hb, leucocyten, differentiatie.

Verder onderzoek:

X-thorax: bij hypoxaemie of respiratoire problemen.

Beleid/therapie:

  • Zie stroomschema; Bij laryngospasme of respiratoire insufficiëntie: intubatie
  • Bij verlaagde bloeddruk: adrenaline 0,5-1 mg (d.w.z. 0,5 tot 1 ml van 1 ml ampul, 1:1000) i.m. of i.v. of 5-10 ml van 10 ml ampul i.v. (1:10000; zit in crash-car). Intraveneus gedurende 5 min langzaam spuiten onder hemodynamische bewaking. Als hypotensie persisteert, continue infusie van noradrenaline (oplossing 5 mg/50 ml, start 5 ml/uur).
  • Clemastine (Tavegil) 2 mg i.v. in 2-3 min, evt. + H1-blokkade (ranitidine 50 mg i.v.).
  • Prednison 25 mg i.v. of Dexamethason 1mg/kg i.v.
  • Bij broncospasme/stridor: Salbutamol vernevelen; Bij onvoldoende effect: adrenaline (zie boven).
Let op: De oorzaak van de anafylactische reactie moet altijd worden uitgezocht en met de patiënt besproken. Bij ernstige reacties bijvoorbeeld door insectenbeten, dient de patiënt een adrenalinespuit voor subcutane toediening bij zich te dragen en verwijzing voor follow-up door allergoloog plaats te vinden.

referenties
Bochner BS, et al. Anaphylaxis. N Engl J Med 1991;25:1785
Fisher M. Treatment of acute anaphylaxis. Br Med J 1995;311:731

stroomschema anaphylactische reactie:

index diversen