Reanimatie
Shock
Acute Dyspnoe
Bewustzijndaling
Acute pijn op de borst
Acute buikpijn
Cardiologie
Vasculaire calamiteiten
Bloedingen
Longziekten
Gastroenterologie
Hematologie
Endocrinologie
Nefrologie
Electrolystoornissen
Zuurbase-stoornissen
Intoxicaties
Bacteriele infecties
Tropengeneeskunde
AIDS
Neurologie
Diversen

Shock

Definitie:

Arteriële hypotensie t.o.v. het voor de patiënt normale bloeddrukniveau, waardoor onvoldoende zuurstofaanbod aan de weefsels om te voldoen aan de metabole behoefte.

Eerste handelingen:

  • Neem zo mogelijk een beknopte (hetero)anamnese af (directe aanleiding, relevante voorgeschiedenis, hoe lang bestaat de shock al?) Is er een code?
  • Fysische diagnostiek: bewustzijn, ventilatie, temperatuur, hartritme, CVD, meningeale prikkeling, huidafwijkingen, exacte RR.
  • Bepaal aan de hand van de bevindingen de ernst van het beeld en de meest waarschijnlijke oorzaak.

Differentiële diagnose (meest voorkomend):

  1. Absoluut tekort aan circulerend volume
    verbloeding
    dehydratie

  2. Pompfalen
    cardiogene shock

  3. Blok in kleine circulatie
    grote longembolus
    spanningspneumothorax

  4. Infectie/vasodilatatie/capillary leakage
    sepsis
    toxic shock syndrome
    anafylactische shock

  5. Diversen
    Addison-crisis
    intoxicatie

Vervolg van praktische handelingen:

  • Leg patiënt plat, of liefst wat met hoofd omlaag en benen omhoog (niet bij asthma cardiale/cardiogene shock).
  • Breng een infuus in (of lange lijn vena jugularis externa of vena femoralis, indien perifeer infuus niet lukt) en geef 1 zakje plasmavervangmiddel zo snel mogelijk: stijgt de RR? (geen plasmavervangmiddel geven bij een asthma cardiale).
  • Geef O2 op neusbril (2 L/min) na afname bloedgas. Pas O2-toediening z.n. aan.
  • Bestel ECG (zo snel mogelijk bij hartfrequentie < 50/min en > 140/min).
  • Bepaal: Na, K, creatinine, Cl, glucose, Hb, leucocyten, differentiatie, trombocyten, plasmatische stolling, lactaat; kruisbloed (bloedgroep); bloedkweek; spijtserum.
  • Monitor de diurese/uur; laat z.n. een blaaskatheter + urimeter inbrengen.
  • Aanvullende, specifiekere diagnostiek en verder infuusbeleid en behandeling afhankelijk van de meest waarschijnlijke oorzaak/oorzaken.

Streefwaarden:

RR: mean arterial pressure > 60 mmHg = diast. RR + 1/3 (syst. RR - diast. RR).
Saturatie > 94%.
N.B. perifere saturatie onbetrouwbaar bij slechte circulatie.

Appendix: Hemodynamische profielen en effect inotropica/vaso-activa  

n.b. in sommige klinieken wordt enoximon (Perfan®) gebruikt in plaats van van dobutamine

referenties
Hinds CJ, et al. ABC of intensive care: circulatory support. BMJ 1999;318:1749.
Hollenberg SM, et al. Cardiogenic shock. Ann Int Med 1999;131:47.
Astiz ME, et al. Septic shock. Lancet 1998;351:1501.