 |
|
 |
Algemene aspecten van intoxicaties
Zie
voor algemeen beleid complicaties en differentiaal diagnose bij een comateuze
patiënt bewustzijnsdaling en coma.
Diagnose (hoe gesteld?):
-
Uit de (hetero-)anamnese (zie onder).
-
Op het klinisch beeld (zie onder).
-
Door de reactie op antidota te observeren (zie
onder).
-
Via "routine" laboratoriumonderzoek (zie
onder).
-
Toxicologiescreening door de apotheek (zie onder).
Let op:
-
Het antidotum kan korter werken dan het gif; na
korte tijd gaat de patiënt weer slechter.
-
Onrust wordt vaak miskend als symptoom van een
ernstige vergiftiging.
-
Een antidotum wordt te laag gedoseerd, zodat de
juiste diagnose niet wordt gesteld.
-
Het is "A èn B", bijvoorbeeld
vergiftiging plus schedeltrauma; aspect B wordt dan mogelijk over het hoofd
gezien.
-
Het klinisch beeld van een ongebruikelijke
vergiftiging wordt niet herkend (bijvoorbeeld methanol, insecticiden).
(Hetero-)anamnese:
Wat
is ingenomen?; hoe laat?; als hoe laat niet bekend is, wanneer was patiënt nog
goed; verpakking of eventueel exemplaar van niet-geïdentificeerde pillen van
huis laten halen; is patiënt bekend met een ziekte die de ernst beïnvloedt
(chronisch hart-, of longlijden; epilepsie; alcoholisme; verslaving;
psychiatrisch lijden)?
Lichamelijk onderzoek:
Vitale
parameters, temp., pupilwijdte en reactie op licht, z.n. coma score. Eventueel
psychiatrische symptomen; (schedel-)trauma; nekstijf; tekenen van insult;
tremor; foetor ex ore (alcohol); huid en slijmvliezen droog of juist vochtig;
grote speekselproductie; huidskleur (normaal, blauw, of juist opvallend roze);
spuitlittekens.
Laboratoriumonderzoek:
-
Hb, leucocyten, Na, K, Cl, bicarbonaat (anion gap), serum osmolaliteit (osmol-gap), glucose, CPK, creatinine,
bloedgasanalyse, ASAT, AF.
-
Stolbuis en urineportie naar apotheek voor toxicologiescreening.
Een onmiddellijke bepaling is geïndiceerd (in overleg met dd apotheker):
- niet-zieke patiënt op de EH met paracetamolintoxicatie, waarvan het aannemelijk is dat
deze minder dan 10 gram (= 20 tabletten) heeft ingenomen (mag naar huis als spiegel
niet hepatotoxisch is, zie nomogram)
- ernstig zieke patiënt met onbekende vergiftiging
Beleid/therapie:
-
Bij
coma: altijd 50 ml glucose 40% i.v. (of 100 ml 20%) proberen,
zie coma.
-
Antidota: zie
verder.
-
Spoelen
van huid, ogen of slokdarm met water: altijd doen bij intoxicaties met
etsende stoffen.
-
Maagspoelen:
heeft slechts in een kleine minderheid van de gevallen nut; het achterlaten van
50 gram actieve kool bij deze procedure is wel zinvol. Bij een comateuze
patiënt eerst antidotum geven, z.n. intuberen. Nooit spoelen bij etsende
stoffen; Maagspoelen heeft alleen zin in de navolgende gevallen:
- inname minder dan 2 uur geleden èn ernstige intoxicatie (dus niet bij
benzodiazepines); Indien er onzekerheid is over het innametijdstip eventueel
tot 4 uur na inname.
- inname minder dan 4 uur geleden èn vetraagde maagontlediging (anti=cholinergica zoals
tricyclische antidepressiva of hypothermie)
-
Darmlavage:
zinvol als naar verwachting langdurig vergif uit het darmkanaal wordt
geresorbeerd (bij ernstige intoxicatie met slow-release preparaat of met
cocaïne bolletjes bij koeriers van drugs).
-
Actieve
kool (Norit®: 50-100 gram is altijd zinvol;
helpt niet altijd (b.v. ethanol, methanol, ijzer, etsende stoffen); bij sommige
intoxicaties zinvol om gedurende 24-48 uur iedere 2 uur 50 gram actieve kool te
geven (enterale dialyse; geïndiceerd bij o.a. fenobarbital, carbamazepine,
theofylline), laxans bijgeven (10 gram magnesiumsulfaat iedere 6 uur).
-
Hemodialyse
(HD): bij ernstige intoxicaties van alcoholen (ethanol,
methanol, ethyleenglycol), salicylaten, theofylline, en lithium. De zin van
hemodialyse hangt vooral af van het verdelingsvolume (Vd) van de stof (zie
Goodman & Gilman). Bij Vd > ca 2 l/kg heeft HD nooit zin.
-
Hemofiltratie
(bv CVVH): heeft zin bij dezelfde intoxicaties als genoemd
onder HD. Bij HD in korte tijd meer geklaard, bij CVVH na 24 uur meestal meer
geklaard.
-
Urine
alkaliniseren: zinvol bij zuren met een pKa>4 (salicylaten,
fenobarbital); de halfwaardetijd van het gif wordt dan 3-5 keer korter; dien
natriumbicarbonaat 1,5% toe, bijvoorbeeld 1500 ml/24 uur en streef naar urine
pH > 7 (regelmatig meten).
-
Geforceerde diurese en braken opwekken is nooit
zinvol.
-
Naloxon
(Narcan): 2 mg (= 5 ampullen) i.v.; bij
verslaafden eventueel minder (i.v.m. acuut onthoudingssyndroom); snel (1 min.)
inspuiten; werkt veel korter dan de meeste opiaten.
-
Flumazenil (Anexate, benzodiazepine antagonist): 0,2
mg in 30 sec, indien geen reactie 0,3 mg in 30 sec; daarna eventueel 0,5 mg à 1
minuut tot een totaal van 3 mg. Er is een (kleine) kans op convulsies als: a)
de patiënt epilepsie heeft en benzodiazepines inneemt, b) bij intoxicatie met
epileptogene medicamenten (neuroleptica of antidepressiva). Werkt veel korter
dan de meeste benzodiazepines; als therapie niet zinvol omdat benzodiazepines
vrijwel geen ademdepressie geven; bovendien erg duur.
-
Thiamine 100
mg i.v. wordt geadviseerd bij patiënten in slechte voedingstoestand, bij
ernstige verwaarlozing, en bij alcoholisme.
Wanneer mag de patiënt naar huis?
-
Diagnose gesteld; niet-ernstige intoxicatie.
-
Gevaarlijke periode van ernstige intoxicatie is
voorbij.
-
Bij een zelfmoordpoging dient de psychiater het
herhalingsrisico te beoordelen (kan ook op de Eerste Hulp).
Nuttige informatiebronnen:
-
raadpleeg dienstdoende ziekenhuisapotheker
(eventueel via tel. centrale).
-
Het RIVM, tel
030-2749111
-
Het Farmacotherapeutisch Kompas heeft een
hoofdstuk over antidota
-
Op Spoedeisende Hulp AMC zijn enkele protocollen
over zeldzame zaken als slangengif. Te raadplegen via dd. internist.
referenties
vd
Berg EJ, et al.; Na auto-intoxicatie spoelen vaak niet geïndiceerd. Ned
Tijdschr Geneesk 2000;144:916.
Hoffmann
RS et al.;The poisoned patient with altered consciousness. JAMA 1995;274:562.
Kulig
K. Initial management of ingestion of toxic substances. N Engl J Med
1992;326:1677.
index intoxicaties/zelfintoxicaties
|  |