 |
|
 |
Metabole alkalose
Algemeen:
Belangrijk
is zich af te vragen waarom een patiënt alkalotisch is geworden en waarom hij
alkalotisch blijft, omdat normaliter renale uitscheiding van excess bicarbonaat
het zuur-base-evenwicht snel zou moeten herstellen. Redenen waarom dit
compensatiemechanisme tekort schiet, zijn: 1. verminderde GFR (effectief
circulerend volume verlaagd of renaal lijden). 2. verhoogde tubulaire
terugresorptie van bicarbonaat (eveneens door een verminderd effectief
circulerend volume = contractie-alkalose, door chloordepletie, door
hypokaliëmie en door hyperaldosteronisme).
Anamnese:
Gericht
op eventuele oorzaken: braken, diuretica, andere medicatie, nierinsufficiëntie,
hypertensie.
Lichamelijk onderzoek:
Algemeen
intern, met nadruk op circulatie.
Laboratoriumonderzoek:
- Bloed: Na,
K, creatinine (ureum), chloor, magnesium, bloedgasanalyse, op indicatie: PRA,
aldosteron.
- Urine: Na,
K, chloor, creatinine, pH.
- Op indicatie: urine- en bloedmonsters naar
apotheek voor diuretica of laxantia.
Oorzaken, algoritme:
1. Is er sprake van een (zuivere) metabole alkalose?
Essentieel voor metabole alkalose is dat ook de pH verhoogd is (bloedgasanalyse noodzakelijk), anders is het renale
compensatie voor een respiratoire acidose. Verder geldt: voor iedere mmol
bicarbonaatstijging hoort de pCO2 0,7 mmHg (0,09 kPa) te
stijgen als compensatie (faalt in geval van hypoxie en/of respiratoire
alkalose). Let op: alkalotische patiënten krijgen pas een hypoxic drive bij een
pO2 < 50 mmHg (6,6 kPa).
- Inderdaad metabole alkalose → 2.
2. Is er nierinsufficiëntie (berekende creatinineklaring < 30 ml/min):
- Ja:
alkali overload? milk/alkali syndroom? braken?
- Nee: → 3.
3. Zijn er tekenen van ondervulling?
- Ja: → 4.
- Nee: - hypertensie → 5.
4. Is er veel natrium in urine, b.v. > 20 mmol/L?
- Ja:
maagsonde, veel braken (urine: chloor laag; pH > 7) diuretica
niet-resorbeerbaar-anion in urine (urine:chloor laag, pH < 7) Bartter syndrome
- Soms: - magnesiumdepletie
- Nee:
veel gebraakt, maar nu niet meer diuretica gebruikt, maar nu niet meer
posthypercapnie
5. Wat is PRA en aldosteron?
- Beide laag: Cushing, exogene mineralocorticosteroïden (drop).
- PRA laag, aldosteron hoog: primair hyperaldosteronisme.
- PRA en aldosteron beide hoog: nierarteriestenose,
renine-producerende tumor (maligne hypertensie).
Beleid/therapie:
- Bij ondervulling: NaCl-infuus + KCl-suppletie.
- Bij decompensatio cordis met (overdosering)
diuretica: stop diuretica en suppleer KCl.
- In geval van magnesiumdeficiëntie: suppleer
magnesium.
- Bij nierinsufficiëntie: stop alkali input; alleen
bij zeer ernstige alkalose (pH > 7,7) HCl i.v. Bereken bicarbonaat-excess in
mmol: 0,5 x gewicht x (HCO3 - 25). Geef evenveel mmol HCl als
isotone oplossing (150 mmol/L) over een periode van 8 tot 24 uur via een
centrale lijn. Indien dit een te grote volumebelasting betekent, correctie via
dialyse.
- Chronische chloride-resistente metabole alkalose
(post-hypercapnie en post-diuretica) indien pH > 7.5: acetazolamide (cave
verergering kaliumverlies), evt. HCl i.v. (zie boven).
- Voorzichtig met kaliumsuppletie en triamtereen en
vermijdt spironolacton bij nierinsufficiëntie.
- Hyperaldosteronisme met hypertensie verdient
nadere, niet acute, diagnostiek (uitsluiten nierarteriestenose; primair
aldosteronisme-protocol). Als hypertensie behandeld moet worden, geef dan
medicatie die diagnostiek niet verstoord, b.v. α-blokker
of calciumantagonist.
referenties
Rose
BD; Clinical Physiology of acid-base and electrolytedisorders (3rd
edition, 1989)
Gluck SL; Acid Base. Lancet 1998;352:474-9
index acute zuur-basestoornissen
|  |