 |
|
 |
Metabole acidose
Anamnese:
Gericht op eventuele oorzaken, relevante voorgeschiedenis.
Lichamelijk onderzoek:
Circulatie, bewustzijn, Kussmaulse ademhaling, acetongeur, alcoholfoetor, etc.
Laboratoriumonderzoek:
Bloed: Na, K, creatinine, ureum, chloor,
albumine, glucose, osmolaliteit, bloedgasanalyse. Op indicatie: lactaat, ketonen, alcohol, totaal eiwit, paraproteïnes.
Urine: Na, K, glucose, ketonen, pH (op
indicatie: chloor, ureum, osmolaliteit).
Oorzaken en algoritme (globaal):
1. Bepaal de aniongap = Na - Cl - HCO3 (normaalwaarde 12 + 2
mmol/L).
- Aniongap normaal:
bicarbonaatverlies gastrointestinaal
bicarbonaatverlies door diarree, uit ureterosigmodostomie, etc.
bicarbonaatverlies renaal (b.v. proximaal RTA, acetazolamide)
chlooroverload
renaal NH3 probleem (urine pH < 5-6)
of H+ secretie probleem (urine pH > 6)
diversen: tolueenintoxicatie (glue sniffing)
- Aniongap verhoogd, maar gemaskeerd:
hypoalbuminemie; kationische paraproteïnes, halides (broom, jodium) die
chloorbepaling beïnvloeden.
- Aniongap verhoogd: ga naar 2.
2. Zijn er ketonen in het plasma (urine)?
- Positief: ketoacidose.
- zeer zeldzaam: alcoholische keto-acidose (glucose is normaal)
- Negatief: ga naar 3.
3. Is er shock en/of hypoxie?
- Ja: lactaatacidose (bevestig door lactaat te bepalen).
- Nee: ga naar 4.
4. Is het plasma creatinine verhoogd c.q. creatinineklaring belangrijk gedaald?
- Ja: metabole acidose bij nierinsufficiëntie.
- Nee: ga naar 5.
5. Bereken de plasma-osmolariteit (2 x Na + glucose + ureum) en vergelijk deze
met de gemeten osmolaliteit. Is er meer dan 10 mmol verschil (= osmolgap)?
- Ja: ethanol-, methanol- of ethyleenglycolintoxicatie;
bevestig door spiegelbepaling.
- Nee:
lactaatacidose door andere oorzaken (leverfalen, vitamine B1-deficiëntie, metformine)
D-lactaat (overgroei in darm)
andere zuren
acidose bij HIV/nucleoside reverse transcriptase remmers.
Beleid/therapie:
- Uitgangspunten bij behandeling zijn:
- voorkomen van levensgevaar;
- wat kan ik doen aan het type van acidose;
- wat gebeurt er met het plasma-kalium?
- Indien mogelijk, stop H+ productie.
- Indien van nut (zie verder) suppleer
natriumbicarbonaat volgens de regels:
0.5 x lean body weight x (gewenst bicarbonaat – gemeten bicarbonaat) = te suppleren
hoeveelheid bicarbonaat in mmol. Het gewenste bicarbonaat ligt rond de 15 mmol/l. De helft in ca. 30 min. suppleren en de tweede helft gedurende 4-6 uur.
De pH moet in ieder geval boven de 7.0 (letale waarde) gebracht worden.
- 1.4% bicarbonaat = 167 mmol/l, 4.2% bicarbonaat =
500 mmol/l, 8.4% bicarbonaat = 1000 mmol/l;
- Suppleer bicarbonaat eerder en tot hogere
plasmawaarden bij patiënten met gecombineerde stoornis.
- Cave: met elke mmol bicarbonaat komt ook een mmol
Na binnen. Registreer (cumulatieve) vochtbalans. Geef zo nodig (hoge dosis)
diuretica bij.
- Bij patiënten met nierinsufficiëntie dialyseren
tegen bicarbonaat.
- Anticipeer op absoluut K-verlies, vooral bij
gastrointestinaal verlies van natriumbicarbonaat en ketoacidose. Begin te
suppleren zodra K < 5.0 mmol/L is. Cave te forse kaliumsuppletie bij
nierinsufficiëntie.
- Monitor het effect van de therapie door frequente bloedgas- en laboratoriumcontroles.
Specifieke behandeling afhankelijk van oorzaak van acidose:
- Lactaatacidose (hypoxie)
bij complete hypoxie, diepe shock, circulatiestilstand wordt 72 mmol/min H+
gegenereerd. Dit is niet te bufferen. Essentieel is dus herstel circulatie en
hyperventilatie
bij incomplete hypoxie ligt productie rate lager (10% vermindering O2
aanbod = 7,2 mmol/min H+ productie) à
essentieel blijft herstel hypoxie/ischemie (CVVH tegen bicarbonaat ter
overbrugging is effectiever dan natriumbicarbonaat i.v.)
- Lactaatacidose (andere oorzaken)
zo nodig en mogelijk pH > 7.0 brengen met natriumbicarbonaat
thiamine geven bij B1-deficiëntie
- insuline + diurese ↑ (evt. dialyse) bij drug induced lactaatacidose, m.n. bij metformin
bij anti-HIV middelen overweeg L-carnitine en riboflavine (B2)
- Ketoacidose
- Acidose bij nierinsufficiëntie:
bij hyperkaliëmie en bij bicarbonaat < 17 mmol/L corrigeren met
natriumbicarbonaat (kan in niet zieke patiënten ook oraal). Z.n. combineren met
(hoge dosis) diuretica. Lukt of kan dit niet (natriumload): dialyse
let op: gecompenseerde acidose zonder ernstige hyperkaliëmie hoeft nooit acuut/snel
gecorrigeerd te worden
- Intoxicaties met ethanol, methanol, ethyleenglycol
- Natriumbicarbonaatverlies
(gastrointestinaal, renaal): natriumbicarbonaat-suppletie (eventueel oraal).
index acute zuur-basestoornissen
|  |