 |
|
 |
Hyperkaliëmie
Algemeen:
Klinische
verschijnselen kunnen zijn spierzwakte (begint aan onderste extremiteit;
plasma-K meestal >8 mmol/L) en ECG afwijkingen:
-
6-7 mmol: hoge piekende T-top, verkort
QT-interval.
-
7-8 mmol: verbreding QRS-complex, afname/verlies P
top.
-
8 mmol: sinusgolf patroon,
ventrikelfibrilleren/asystolie.
Oorzaken:
-
Verhoogde
opname of intraveneuze toevoer (bij verminderde nierfunctie).
-
K-shift van
intra- naar extracellulair (metabole acidose, insulinedeficiëntie, betablokkers,
digitalisintoxicatie, massaal celverval zoals bij rhabdomyolyse, hemolyse,
tumorlysis, excessieve spierarbeid).
-
Verminderde
renale K-klaring: verminderd distaal aanbod NaCl en
H2O (nierinsufficiëntie, klein circulerend volume);
(hyporeninemische) hypoaldosteronisme, NSAID's, ACE-remmers, K-sparende
diuretica, bijnierschorsinsufficiëntie, cylosporine, chronisch cotrimoxazol
gebruik bij HIV).
Let op:
Pseudohyperkaliëmie
t.g.v. stuwen of bemoeilijkte bloedafname en hemolyse (rood plasma), soms K
verlies uit cellen bij ernstige trombocytose of leucocytose.
Laboratoriumonderzoek:
- Bloed: Na, K, creatinine, glucose, Ca,
albumine, bloedgasanalyse, evt CPK.
- Urine: Na, K.
Verder onderzoek:
ECG.
Beleid/therapie:
-
Uiteraard geldt elke K-toediening staken, K-beperking
in dieet en oorzakelijke factor aanpakken.
-
Verder beleid afhankelijk van aanwezigheid
spierzwakte, ECG-afwijkingen en plasma kaliumgehalte en de snelheid van
stijgen daarvan (snelle stijging gevaarlijker):
A. Mild (plasma-K <6,5 mmol/L, zonder ernstige ECG-afwijkingen):
- ionenwisselaars. Natriumpolystyreensulfonaat (Resonium-A) oraal. 1 gram bindt 1 mmol kalium.
Effect na 2-3 uur. Per os: 15-30 gram, zonodig elke 4-6 uur herhalen. Evt.
rectaal: 30 gram Na-polystyreensulfonaat in 100 ml 2% methylcellulose of
glucose 10% oplossing. Bij decompensatio cordis, hypertensie, nierinsufficiëntie:
calciumpolystyreensulfonaat (Zerolit®, Sorbisterit®)
- bij acute nierinsufficiëntie of chronische dialysepatiënten overleg met nefroloog
over indicatie dialyse of aanpassen dialyseschema
B. Matig ernstig (ECG met piekende T-toppen, plasma-K 6,5-7,5 mmol/L):
- 30-50 gram glucose i.v. (300-500 ml 10% glucose-oplossing) in 20-30 minuten, alleen
bij bekende diabetes of verhoogde bloedsuikers insuline (b.v. 8 E Actrapid® in 500 ml 10% glucose). Effect binnen 30-60 min daling plasma K van 0,5-1,5 mmol/L, duurt enige uren (inductie shift).
- NaHCO3
(met name bij metabole acidose) 50-150 mmol NaHCO3 in 30-60 min (100
cc NaHCO3 8.4% bevat 100 mmol bicarbonaat). Effect binnen 30-60 min
met daling plasma K van 0,5-1,5 mmol/L, duurt enige uren (inductie shift).
- β2-agonist b.v. Bricanyl® subcutaan 0,5 mg
- hypertone zoutoplossing bij hyponatriëmie én dehydratie
- controle K na 30-60 min
- tevens maatregelen genoemd onder A. uitvoeren
C. Zeer ernstig (ECG met verbreed
QRS-complex en verlies P-top, spierzwakte, plasma-K >7.5 mmol/L):
- 10 ml 10% Ca-gluconaat of Ca-glubionaat i.v. (=
2,3 mmol Ca) in 2-3 minuten onder ECG- controle (bij nood in crash-car aanwezig).
Evt. 1-2 x herhalen indien na 5 minuten ECG-afwijkingen blijven. Effect:
binnen enkele minuten, maar kortdurend (30-60 minuten)
- ritmebewakingtevens therapieën genoemd onder A. en B. geven
- bij patiënten met nierinsufficiëntie in principe zo spoedig mogelijk hemodialyse
(overleg nefroloog)
referenties
Halperin
ML, et al. Potassium. Lancet 1998;352:135.
Mandal AK. Hypokalemia and hyperkalemia. Med Clin North Am 1997;81:611-39.
Cannon-Babb ML, et al. Drug-induced hyperkalemia. Hosp Pract 1986;21:99.
index acute water- en elektrolytenstoornissen
|  |