 |
|
 |
Anamnese:
Sinds wanneer? Hoe lang al deze
shunt? Wat voor type?
Lichamelijk onderzoek:
Souffle afwezig/zacht? Nog
pulsaties? Zwelling? Hematoom?
Verder onderzoek:
Overleg
met internist-nefroloog; deze overlegt met radioloog en vaatchirurg over
diagnostiek en therapie.
Beleid/therapie:
-
Pas aangelegde fistel: meestal operatieve
correctie in overleg met vaatchirurg
-
Oudere fistel met thrombus: meestal
thrombosuctie/dotteren/thrombolyse/stent, soms chirurgische interventie.
Algemeen:
Het
infectierisico van dialyse-katheters betreft lokale huidpoortinfectie en systemische
bacteriaemie. Bacteriaemie treedt op door migratie van bacteriën via de huidpoort
langs de katheter in de bloedbaan ofwel door contaminatie van het lumen van de
katheter. Vaak treedt infectie op met eigen huidflora. Dialyse-katheters kunnen
onderscheiden worden in niet-getunnelde (tijdelijke) en getunnelde
(semipermanente) katheters.
Laboratoriumonderzoek:
- Bloedkweek uit katheter + 2 perifere bloedkweken.
-
Zo nodig kweek huidpoort.
Beleid/therapie:
A. Huidpoortinfectie
-
Antibiotica gedurende 1-2 weken; starten met b.v.
flucloxacilline 4 x 500 mg oraal; zo nodig aanpassen op geleide van kweken.
-
Alleen katheter verwijderen bij koorts of
uitblijven verbetering.
B. Tunnelinfectie
-
Overleg over katheterverwijdering of wisseling met
internist-nefroloog.
-
Antibiotica gedurende 2 weken, schema zie
huidpoortinfectie.
C. Kathetersepsis
(koorts met positieve bloedkweek)
-
Niet getunnelde katheter:
starten met vancomycine 1000 mg i.v. (in 1 uur
laten inlopen) + gentamicine 2 mg/kg i.v.; spiegels vervolgen; in totaal 2
weken antibiotica geven, zo spoedig mogelijk aanpassen van antibiotica op
geleide van kweek
meestal katheter verwijderen
-
Getunnelde katheter (kostbaar):
proberen katheter in situ te laten
6 weken antibiotica op geleide van kweken
eventueel antibiotica-lock (meestal gentamicine/citraat)
altijd overleggen met nefroloog
D. Bij opnieuw optreden van koorts of
onvoldoende klinisch herstel zoeken naar metastatische ontstekingshaarden (b.v.
endocarditis, septische thrombo-flebitis of osteomyelitis).
Algemeen:
Ernstige
overvulling die niet reageert op diuretische behandeling is een indicatie tot
acute dialyse, zeker wanneer de overvulling verantwoordelijk is voor acute
decompensatio cordis met gaswisselingstoornissen of ernstige hypertensie.
Differentiële diagnose: hartfalen door linker kamerdysfunctie.
Lichamelijk onderzoek:
Pols,
bloeddruk, gewicht (hoe t.a.v. drooggewicht?), oedeem, longcrepitaties,
galopritme, souffles.
Verder onderzoek:
-
ECG:
ritmestoornissen, acuut infarct, LVH.
-
X-Thorax:
overvulling, hartgrootte.
Beleid/therapie:
-
Overleg met nefroloog.
-
Bij patiënten met restdiurese kan furosemide 500
mg i.v. in half uur gevolgd door 1 à 2 gram/24 uur (pompje) geprobeerd worden.
-
Bij patiënten zonder restdiurese of bij
onvoldoende effect acute ultrafiltratie eventueel gecombineerd met dialyse
afhankelijk van kalium, ureum en bicarbonaat.
referenties
Mallick
NP, et al. Haemodialysis. Lancet 1999;353:737.
Ifudu
O. Care of patients undergoing hemodialysis. N Engl J Med 1998;339:1054.
index nefrologie
|  |