Reanimatie
Shock
Acute Dyspnoe
Bewustzijndaling
Acute pijn op de borst
Acute buikpijn
Cardiologie
Vasculaire calamiteiten
Bloedingen
Longziekten
Gastroenterologie
Hematologie
Endocrinologie
Nefrologie
Electrolystoornissen
Zuurbase-stoornissen
Intoxicaties
Bacteriele infecties
Tropengeneeskunde
AIDS
Neurologie
Diversen

Acute problemen bij chronische peritoneale dialyse (CPD)

Peritonitis

Definitie:

Minimaal 2 van de volgende symptomen
  • Troebel dialysaat t.g.v. > 100/mm3 leucocyten, waarvan > 50% neutrofie­len.
  • Verwekker in Gram en/of kweek.
  • Kliniek: buikpijn, braken, koorts, diarree.

Differentiële diagnose

(symptomen en/of troebel dialysaat, geen verwekker):
  • Acute pancreatitis: amylase in bloed + dialysaat bepalen.
  • Steriele (eosinofiele) peritonitis: > 10% eosinofielen in Giemsa-preparaat. (dialy­saat).

Lichamelijk onderzoek:

Hydratietoestand, bloeddruk, temp; peristaltiek? peritoneale prikkeling?, huid­poort/tunnel (pus?, pijnlijk?).

Laboratoriumonderzoek:

  • Dialysaat (meegebrachte zak van thuis, anders dialysaat uit buik laten lopen) naar bacteriologie voor leucotelling, Gram en kweek. Hele zak inleveren.
  • Bij hoge koorts of ernstig ziek zijn ook bloedkweken.
  • Zo nodig kweek huidpoort.

Beleid/therapie:

Direct starten met antibiotica volgens vigerend antibioticabeleid, zo nodig bijstellen op geleide van Gram/kweek. Het volgende schema is een voorbeeld:
  • Niet zieke/niet brakende patiënt: cefalotine oraal, eerste dosis 500 mg; daarna 4 dd 250 mg (innemen bij zakwisseling); kan poliklinisch, wel controle-afspraken maken (bij CAPD afdeling).
  • Brakende patiënt c.q. bij peritoneale prikkeling: behandeling (meestal kli­nisch) met cefradine i.p.: eerste zak 250 mg/L, daarna 125 mg/L.
  • Overgevoeligheid voor cefalosporines: vancomycine i.p. 500 mg/L, minstens 4 uur in buik laten, vervolgens 25 mg/L in iedere zak.
  • Ernstig zieke patiënt (ook Gram-negatieven dekken): klinisch cefradine i.p. in iedere zak (zie boven) + gentamicine i.p.: 1 x per 24 uur 20 mg/L, deze zak minstens 4 uur in buik laten.
  • Opgenomen patiënten: leucocyten in ochtendzak dagelijks vervolgen (bacte­riolo­gie).
  • Zo nodig shock bestrijden, niets per os, maagsonde etc.
  • Let op: Meestal geeft CAPD-peritonitis een mild beeld met troebele zak en weinig buik­symptomen. In ca. 10% van de gevallen acute buikverschijnselen, soms met shock: denk aan Staphylococcus aureus en Gram-negatieve verwekkers.
  • Bij peracuut hevige buikpijn met troebele zak denken aan perforatie of pancreatitis.

Overvulling bij CPD-patiënt

Beleid/therapie:

Extra wisselingen met hypertone dialysevloeistof. Overleg nefroloog. Zie ook overvulling bij hemodialysepatient

Ondervulling bij CPD-patiënt

Anamnese:

Orthostatische hypotensie, pijn in nek en schouders, krampen in extremi­teiten.

Beleid/therapie:

  • Gebruik 1,36% glucose, zo mogelijk verblijftijd in de buikholte verlengen tot 10 á 12 uur ("intraperitoneaal infuus").
  • Veel drinken, vaak helpt bouillon.
  • Indien nodig infuus met 0,9% NaCl.

Hyperkaliëmie bij CPD-patiënt

(kalium > 6 mmol/L)

Beleid/therapie:

Kalium-beperkt dieet, extra CPD-wisselingen, zie verder hyperkaliëmie.

Hypokaliëmie bij CPD-patiënt

Beleid/therapie:

Kalium < 3,5 mmol/L: kalium-verrijkt dieet. Kalium < 3,0 mmol/L: overweeg intraperitoneale suppletie met 6 mmol kalium per liter dialysaat.

referenties
Gokal R, et al. Peritoneal dialysis. Lancet 1999;353:823.
Johnson CC, et al. Peritonitis: update on clinical manifestations and management. Clin Inf Dis 1997;24:1035. 

index nefrologie