 |
|
 |
Acute glomerulonefritis
Oorzaken:
- Primair: postinfectieus, idiopathisch
mesangiocapillair proliferatieve GN (MCGN), anti GBM-nefritis (met
longafwijking: syndroom van Goodpasture).
-
Als onderdeel van systeemziekten: SLE,
vasculitiden (primair: ziekte van Wegener, syndroom van Churg-Strauss,
microscopische polyarteriitis, ziekte van Henoch Schönlein; secundair: in kader
van bacteriële, virale, parasitaire infecties, medicamenten, tumorantigenen),
reumatische ziekten, cryoglobulinemie.
-
HUS - hemolytisch uraemisch syndroom (acute
nierinsufficiëntie, Coombs negatieve hemolytische anemie en thrombocytopenie).
Anamnese:
Specifiek
naar mogelijke oorzaken. Combinatie van hemoptoe + (macroscopische) hematurie
+ acute nierinsufficiëntie is sterk verdacht voor syndroom van Goodpasture (of
Wegener).
Lichamelijk onderzoek:
Vullingsstatus
(RR, pols, CVD). Huidafwijkingen (palpabele purpura, necrose), neurologische
afwijkingen (mononeuritis multiplex, uitvalsverschijnselen), arthritis? Let op:
bij postinfectieuze, idiopathische MCGN, SLE en HUS meestal hypertensie; bij
anti-GBM-nefritis en de vasculitiden vaak geen hypertensie (door de tevens bestaande
interstitiële afwijkingen).
Laboratoriumonderzoek (zie
ook acute nierinsufficiëntie):
-
Urine:
proteïnurie aanwezig, sediment met altijd erythrocyten en meestal
erythrocytencilinders, eventueel ook leucocyten en leucocytencilinders.
Bij postinfectieuze, idiopathische MCGN
en SLE meestal Na<10 mmol/L en FENA.< 1%.
Bij overige vormen van acute glomerulonefritis vaak hogere FENA..
-
Bloed:
Immunologisch onderzoek ((auto-)antistoffen, complement factoren, etc.) op
indicatie; Bij HUS fragmentocyten en
thrombocytopenie.
Verder onderzoek:
-
Echo nieren: grote homogene nieren.
-
Nierbiopt.
Beleid/therapie:
-
Zie voor algemene maatregelen acute nierinsufficiëntie
en acute (renale) nierinsufficiëntie.
-
Afhankelijk van oorzaak in overleg met nefroloog
met als richtlijnen:
cpostinfectieus: meestal afwachten tot spontaan herstel, zo nodig nog infectie behandelen
- idiopathische MCGN: meestal stootkuren methylprednisolon (3 dagen achtereen 1 gram i.v.) met
onderhoudsdosering 20 mg prednison per dag
- vasculitis (geen SLE): idem in combinatie met cyclofosfamide oraal 2 à 3 mg/kg
- anti-GBM-nefritis/syndroom van Goodpasture: als bij vasculitis plus plasmaferese
- SLE (klasse III/IV): volgens protocol
- HUS: eventueel plasmaferese + plasma-infusies (niet bij HUS secundair aan maligne hypertensie).
Let op:
Bij
anti-GBM-nefritis/syndroom van Goodpasture telt ieder uur met het oog op kans
herstel nierfunctie. Oligurie betekent irreversibel verlies van de totale
nierfunctie. Behandeling is dan alleen geïndiceerd als de long meedoet.
referenties
Couser
WG. Glomerulonephritis. Lancet 1999;353:1509.
Hricik
DE, et al. Glomerulonephritis. N Engl J Med 1998;339:888.
Wilson
CB. Immune aspects of renal diseases. JAMA 1987;258:2957.
index nefrologie
|  |