Reanimatie
Shock
Acute Dyspnoe
Bewustzijndaling
Acute pijn op de borst
Acute buikpijn
Cardiologie
Vasculaire calamiteiten
Bloedingen
Longziekten
Gastroenterologie
Hematologie
Endocrinologie
Nefrologie
Electrolystoornissen
Zuurbase-stoornissen
Intoxicaties
Bacteriele infecties
Tropengeneeskunde
AIDS
Neurologie
Diversen

Acute glomerulonefritis

Oorzaken:

  • Primair: postinfectieus, idiopathisch mesangiocapillair proliferatieve GN (MCGN), anti GBM-nefritis (met longafwijking: syndroom van Goodpasture).
  • Als onderdeel van systeemziekten: SLE, vasculitiden (primair: ziekte van Wegener, syndroom van Churg-Strauss, microscopische polyarteriitis, ziekte van Henoch Schönlein; secundair: in kader van bacteriële, virale, parasitaire infecties, medicamenten, tumorantigenen), reumatische ziekten, cryoglobuli­nemie.
  • HUS - hemolytisch uraemisch syndroom (acute nierinsufficiëntie, Coombs negatieve hemolytische anemie en thrombocytopenie).

Anamnese:

Specifiek naar mogelijke oorzaken. Combinatie van hemoptoe + (macroscopi­sche) hematurie + acute nierinsufficiëntie is sterk verdacht voor syndroom van Goodpasture (of Wegener).

Lichamelijk onderzoek:

Vullingsstatus (RR, pols, CVD). Huidafwijkingen (palpabele purpura, necrose), neurologische afwijkingen (mononeuritis multiplex, uitvalsverschijnselen), arthritis? Let op: bij postinfectieuze, idiopathische MCGN, SLE en HUS meestal hypertensie; bij anti-GBM-nefritis en de vasculitiden vaak geen hypertensie (door de tevens bestaande interstitiële afwijkingen).

Laboratoriumonderzoek

(zie ook acute nierinsufficiëntie):
  • Urine: proteïnurie aanwezig, sediment met altijd erythrocyten en meestal erythrocytencilinders, eventueel ook leucocyten en leucocytencilinders.
    Bij postinfectieuze, idiopathische MCGN en SLE meestal Na<10 mmol/L en FENA.< 1%.
    Bij overige vormen van acute glomerulonefritis vaak hoge­re FENA..
  • Bloed: Immunologisch onderzoek ((auto-)antistoffen, complement factoren, etc.) op indicatie;  Bij HUS fragmentocyten en thrombocytopenie.

Verder onderzoek:

  • Echo nieren: grote homogene nieren.
  • Nierbiopt.

Beleid/therapie:

  • Zie voor algemene maatregelen acute nierinsufficiëntie en acute (renale) nierinsufficiëntie.
  • Afhankelijk van oorzaak in overleg met nefroloog met als richtlijnen: cpostinfectieus: meestal afwachten tot spontaan herstel, zo nodig nog infectie behandelen
  • idiopathische MCGN: meestal stootkuren methylprednisolon (3 dagen achtereen 1 gram i.v.) met onderhoudsdosering 20 mg prednison per dag
  • vasculitis (geen SLE): idem in combinatie met cyclofosfamide oraal 2 à 3 mg/kg
  • anti-GBM-nefritis/syndroom van Goodpasture: als bij vasculitis plus plasmaferese
  • SLE (klasse III/IV): volgens protocol
  • HUS: eventueel plasmaferese + plasma-infusies (niet bij HUS secundair aan maligne hypertensie).
Let op: Bij anti-GBM-nefritis/syndroom van Goodpasture telt ieder uur met het oog op kans herstel nierfunctie. Oligurie betekent irreversibel verlies van de totale nierfunctie. Behandeling is dan alleen geïndiceerd als de long meedoet.

referenties
Couser WG. Glomerulonephritis. Lancet 1999;353:1509.
Hricik DE, et al. Glomerulonephritis. N Engl J Med 1998;339:888.
Wilson CB. Immune aspects of renal diseases. JAMA 1987;258:2957.

index nefrologie