 |
|
 |
Acute interstitiële nefritis
Oorzaken:
-
Geneesmiddelen.
-
Systemische infecties (zoals streptococcen,
Hantavirus, Legionella, leptospirose, Mycoplasma pneumoniae, HIV).
-
Acute bacteriële pyelonefritis (kans groter bij
DM).
-
Systeemaandoeningen (sarcoidosis, LE, Sjögren).
Anamnese:
Gericht
op specifieke oorzaken. Koorts? Lendepijn? Overgevoeligheidsreacties van de
huid? Arthralgieën?
Lichamelijk onderzoek:
Vullingsstatus
(RR, pols, CVD), huidafwijkingen (rash).
Let
op: meestal geen hypertensie en oedeem bij interstitiële nefritis.
Laboratoriumonderzoek (zie
ook acute nierinsufficiëntie):
-
Urine: vaak
hematurie in tegenstelling tot proteïnurie (uitzondering: AIN door NSAID's -
forse proteïnurie mogelijk), steriele pyurie en leucocytencilinders (geen
erythrocytencilinders), eventueel eosinofielen bij medicamenteus geïnduceerde
vorm. Na > 10 mmol/L, FENA. > 1%.
-
Bloed:
eosinofilie? Op indicatie virusserologie, ACE, LE-serologie, etc. Zie voor
bloedafnames voorbereiding nierbiopsie.
Verder onderzoek:
-
Echo nieren: homogeen grote nieren.
-
Nierbiopt: indien binnen 1 week na stoppen
oorzakelijk medicament of behandelen van oorzakelijke infectie geen verbetering
van nierfunctie optreedt. Bij verdenking op systeemaandoening op korte termijn
biopteren.
Beleid/therapie:
-
Zie voor algemene maatregelen acute renale
nierinsufficiëntie.
-
Bij medicamenteus geïnduceerde AIN oorzakelijk
medicament stoppen.
-
Bij door infectie gemedieerde AIN infectie gericht
behandelen.
-
Methylprednisolon pulstherapie (3 dagen achtereen
1 gram i.v.) in combinatie met prednison oraal (in lage doses, 20 mg/dag),
indien nierfunctie niet verbetert na stoppen oorzakelijk medicament/c.q.
behandelen van oorzakelijke infectie.
-
AIN door systeemaandoeningen behandelen met
methylprednisolon pulstherapie in combinatie met lage doses prednison oraal.
index nefrologie
|  |