Reanimatie
Shock
Acute Dyspnoe
Bewustzijndaling
Acute pijn op de borst
Acute buikpijn
Cardiologie
Vasculaire calamiteiten
Bloedingen
Longziekten
Gastroenterologie
Hematologie
Endocrinologie
Nefrologie
Electrolystoornissen
Zuurbase-stoornissen
Intoxicaties
Bacteriele infecties
Tropengeneeskunde
AIDS
Neurologie
Diversen

Hypoglykemie

Definitie:

Plasma glucose < 3,3 mmol/L (veneus plasma). Cave onbetrouwbare uitslag van stickbepaling.

Anamnese/lichamelijk onderzoek:

Klassieke symptomen worden veroorzaakt door adrenerge stimulatie (transpireren, tremor, tachycardie) en/of neuroglycopenie (gedragsveranderingen, sufheid, insulten, coma). Cave plotseling coma bij langer bestaan van diabetes mellitus/frequente nachtelijke hypoglykemieën. Bij ouderen en/of orale antidiabetica ook vaak atypische presentatie, b.v. pijn op borst, dementieel gedrag, TIA, CVA, coma.

Laboratoriumonderzoek:

Glucose (bij sterke verdenking in afwachting van lab ook direct vingerprik doen).

Beleid/therapie:

  • Milde insuline-geïnduceerde hypo: eerst druivensuiker gevolgd door oraal 10-20 gram koolhydraten (boterham, vlaflip), 10 min afwachten, zo nodig herhalen.
  • Ernstiger c.q. coma: 50 ml glucose 40% i.v. (alternatief 100 ml 20%), daarna, na bijkomen, oraal 20-40 gram koolhydraten. Onvoldoende respons op i.v.-toediening nogmaals 25 ml 40% glucose en vervolgens onderhoudsinfuus 5 of 10% glucose.
  • Hypoglykemie bij sulfonyl ureumderivaten: beleid als boven, maar wel klinische observatie en controle nodig i.v.m. lang aanhoudend effect, vooral glicazide en glimepride.
  • Indien geen orale of i.v. toediening van glucose mogelijk: 1 mg glucagon i.m., zo nodig na 10-15 min herhalen.
  • Probeer altijd de oorzaak van de hypoglykemie te analyseren.
referenties
Cryer PE. Hypoglycemia: the limiting factor in the management of IDDM. Diabetes 1994;43:1378.

index endocrinologie