 |
|
 |
Gastrointestinaal bloedverlies
Algemeen:
Een bloeding hoog uit de tractus digestivus kan zich uiten door bloed braken en
melaena, maar bij een forse bloeding ook door rood bloed per anum.
Melaena
betekent, dat de bloeding afkomstig is uit neus, slokdarm, maag, dunne darm of
rechter colonhelft.
Anamnese:
Ulcuslijden
in het verleden, alcohol, NSAID, buikchirurgie, aortaprothese, antistolling,
leverlijden.
Lichamelijk onderzoek:
Tachycardie.
Shock. Stigmata van chronisch leverlijden. Rectaal toucher.
Laboratoriumonderzoek:Hb (kan bij opname nog normaal zijn), thrombocyten, PTT, APTT, leverenzymen, creatinine, ureum. Bloedgroep/kruisbloed.
Verder onderzoek:
-
Gastroscopie
zo spoedig mogelijk bij: shock, bloed braken, collaps voor opname, aanwijzingen
voor leverlijden
binnen 24 uur in andere gevallen, bijvoorbeeld melaena bij normale circulatie
- Bij fors rood
bloedverlies ook altijd eerst gastroscopie, daarna proctoscopie en indien
dan nog geen bloedingslocus gevonden is acute coloscopie (als de bloeding
inmiddels klinisch tot staan is gekomen, acute coloscopie bij voorkeur de
volgende dag na goede voorbereiding).
- Bij persisterende bloeding, waarbij bij endoscopie
het niveau van bloeding niet is ontdekt: acute angiografie.
Beleid/therapie:
- Goedlopend infuus, direct kruisbloed afnemen,
bloed bestellen, zo nodig transfunderen, zo nodig stolling corrigeren.
- Niets per os
- Bij hypotensie: zie verbloedingsshock
- Verdere beleid afhankelijk van bevindingen bij
gastroscopie of coloscopie:
Let op:
Acute
gastroscopie bij bloedingen wordt verricht zonder intraveneuze sedatie. Bij een
zeer onrustige patiënt moet narcose en intubatie worden overwogen in verband met
het risico van aspiratie.
Ulcus duodeni:
- Endoscopische therapie indien mogelijk bij actieve
bloeding of "visible vessel" (sclerotherapie met adrenaline en/of
aethoxysklerol, clips).
- Indien bloeding stopt: niets per os behalve proton
pomp remmer (b.v. omeprazol of pantoprazol, eventueel via perfusor i.v.
(oplaaddosis 80 mg, dan 8 mg/uur)
- Na 24 uur helder vloeibaar dieet. Na 48 uur
hervatten normale voeding.
- Controle RR, pols, Hb.
- Indien geen NSAID-gebruik Helicobacter-eradicatietherapie: 2 x 20 mg omeprazol, 2 x 500 mg
claritromycine en 2 x 1 gram amoxicilline gedurende 1 week (bij NSAID-gebruik:
eerst biopten). Bij ulcus proton pomp remmer 3 weken continueren.
- Operatie-indicatie:
1. bloeding, die niet endoscopisch tot staan komt.
2. tweede recidief na herhaalde endoscopische therapie.
Ulcus ventriculi:
- Beleid als bij ulcus duodeni.
- Na enkele dagen herhaling van de gastroscopie met
biopten (cave: maligniteit).
Mallory-Weiss laesie:
- Niets per os en bewaken gedurende één dag. Daarna
hervatten normale voeding.
- Geen medicatie.
Oesophagus-varices:
- Endoscopische therapie door Aethoxysclerol of
Histoacryl-injecties of rubberbandligatie (in meer dan 90% succes).
- Overweeg Octreotide (Sandostatine®, 50 μg bolus i.v., daarna 50 μg/uur) of somatostatine (bolus 250 μg i.v. daarna 3 mg/12 uur in 500 ml
NaCl).
- Secundaire profylaxe: β-blokker (Inderal, start 2xdd 20
mg, verder op geleide pols.
- Sengstaken-tube: alleen dan, wanneer op andere
wijze geen bloedingscontrole wordt bereikt (bij voorkeur wordt de Sengstaken-tube
niet langer dan 6 uur gebruikt, waarna de tube op de endoscopiekamer wordt
verwijderd en er direct aansluitend endoscopische therapie kan worden
toegepast). Tube stand-by in geval van ernstige varicesbloeding, vast
instructie nakijken (vooral: éérst maagballon opblazen).
- Na endoscopische therapie 24 uur observeren, niets
per os. Na 24 uur helder vloeibaar dieet; na 48 uur normale voeding.
- Lactulose 6 dd 15 ml in eerste dagen.
- Starten secundaire profylaxe met propranolol.
- Na 3-6 dagen starten electieve obliteratie d.m.v.
rubberbandligatie.
Maagvarices:
- Histoacryl-injectie.
- Geen verdere endoscopische therapie, tenzij de
bloeding recidiveert.
- Verdere beleid als bij oesophagusvarices.
Lage traumatische laesie (thermometer):
- Coagulatie of injectietherapie.
Hemorroiden:
- Bij grote bloeding rubberbandligatie door de proctoscoop.
Angiodysplasieën:
Poliep colon:
Colontumor:
- Bij actieve bloeding indicatie voor spoedoperatie.
Divertikel:
- Moeilijke diagnose (geen andere oorzaak bij
patiënt met diverticulose).
- Meestal afwachtend beleid (bloeding recidiveert zelden).
referenties
Stanley AJ, et al. Portal hypertension and variceal haemorrhage. Lancet 1997;350:1235.
Williams SG, et al. Management of variceal hemorrhage. BMJ 1994;308:1213.
Laine L, et al. Bleeding peptic ulcer. N Engl J Med 1994;331:717.
Consensus conference: Therapeutic endoscopy and bleeding ulcers. JAMA 1989;262:1369.
Jones DJ. Lower intestinal haemorrhage. BMJ 1992;305:107.
index gastroenterologie
|  |